'Ik stap op de motor en maak mijn hoofd leeg'

Categorieën: Nieuws

Corona hield het afgelopen jaar - en nog steeds - de wereld in zijn greep en de zorg voelde het buigen en kraken. Zorgprofessionals werden ‘toppers’, ‘helden’ en ‘redders in nood’ genoemd die ‘topprestaties’ leverden. Is zorg te vergelijken met topsport, zowel op fysiek als mentaal gebied? We vragen het tijdens deze olympische weken aan onze Varianters. Hoe ervaren ze hun werk in de zorg, hoe is het om te zorgen tijdens een pandemie, is er waardering genoeg en hoe houden ze zich fit?

Naam: Nathalie van Velzen
Leeftijd: 43 jaar
Woont in: Boskoop
Is: getrouwd
Heeft: een zoon van 14, Tycho
En: twee bostonterriërs, Freek en Enya
Type: stoere chick, gek op motoren 
In de zorg sinds: 1998
Bij VariantZorg sinds: 2015

Een kat met een dwarslaesie, een zwakke kip die opgelapt wordt: het verzorgende zit er al vroeg in bij Nathalie. Op de boerderij is er altijd wel een dier waar ze zich over ontfermt. Haar vader wil niet dat ze de zaak overneemt of met dieren gaat werken want daar is volgens hem ‘geen droog brood in te verdienen’. Omdat het zorgen toch echt in haar genen zit, kiest ze voor de opleiding tot verzorgende en later verpleegkundige. Nathalie: ‘Tijdens mijn stage in de thuiszorg vond ik mijn roeping. Dit was het gewoon, het voelde als thuiskomen. De wijkverpleging overtreft nog steeds echt alle vormen van zorg voor mij.’ 

Lees verder onder de video.

Oorlogsgeneratie

Wat haar binnen de thuiszorg zo gelukkig maakt? ‘Het is niet een specifiek iets. Het niet weten wat je aan gaat treffen is de uitdaging. Ik kom op unieke plekken. Vanochtend nog kwam ik terecht in een soort idyllisch Hans en Grietje-huisje aan het water. Vanuit de serre keek ik naar de eenden, futen en lelies in het water.’ Geen één cliënt is hetzelfde en dat maakt het volgens Nathalie des te interessanter. ‘De zorgvragers zijn thuis, in hun vertrouwde omgeving. Natuurlijk is het niet altijd leuk. Ik schrik nog steeds van het ziektebeeld van sommige cliënten. De een heeft genoeg hulp in de vorm van mantelzorg maar als je geen kinderen of vrienden hebt die kunnen helpen, kan het erg moeizaam en vooral eenzaam zijn op latere leeftijd. Het enige wat ik kan doen is de beste zorg verlenen, luisteren, doorvragen. Je hebt te maken met een unieke generatie, de laatste die de oorlog nog heeft meegemaakt. Dat zorgt voor mooie, indrukwekkende gesprekken.’

Ook de humor is nooit ver weg. ‘Eén cliënt met een prachtige, geestige persoonlijkheid had een huisvlieg die ze Josefien noemde. Lachen, gieren, brullen natuurlijk. Toen bleek dat de nieuwe stagiaire ook Josefien heette kwam ik natuurlijk helemaal niet meer bij. Gelukkig kon zij er ook hartelijk om lachen. Die associatie met de naam Josefien gaat nu natuurlijk nooit meer uit mijn hoofd!’

 

Kracht, handigheid en passie

Voor Nathalie voelt het zorgen soms wel als topsport. ‘Je hebt kracht nodig, je komt bij zorgvragers die echt heel weinig meer zelf kunnen. Dan ben je weer eens aan het ‘stoeien’ met een cliënt. Het vergt handigheid. Mijn rug werkt soms niet meer helemaal mee.’ Niet alleen fysiek is er een uitdaging maar ook zeker mentaal. Nathalie: ‘Ik ben ervan overtuigd dat je het zorgen alleen kan volhouden als het je passie is. Dat geldt ook voor topsporters denk ik. Anders is het te zwaar.’

‘Mij moet je aan het bed zetten’

‘Het werken in de zorg werd lastiger toen mijn zoon tijdelijk extra aandacht nodig had en mijn man nog ’s nachts werkte. De diensten in de avonden en weekenden braken mij op. Bovendien zijn bijvoorbeeld zorgplannen maken niet mijn sterkste kant. Mij moet je aan het bed zetten, daar ben ik op mijn best. Ik wil zorgen. Mijn zus werkte al bij VariantZorg en ik maakte in 2015 ook de overstap. De beste keuze ooit. De vrijheid die ik nu ervaar voelt fantastisch. Er is niks mooiers dan zelf inplannen wanneer je gaat werken. Na het zorgen ben ik klaar. Geen belletjes, geen mailtjes in eigen tijd. Nee, ik ga naar huis, ga wandelen met de honden of stap op de motor en maak mijn hoofd leeg. Het helpt ook dat ik heel goed contact heb met collega’s, er zitten een paar hele goede vriendinnen bij en natuurlijk mijn zus. Het werkt gewoon. Ik weet wie mijn planner, relatiemanager en directeur zijn en ik krijg vanuit de organisatie veel waardering. Meer heb ik niet nodig.’

Lees verder onder de foto.

Coronaperiode: 'Vooral mentaal zwaar'

Met name mentaal vond Nathalie de corona-periode zwaar. ‘Soms kwam je voor situaties te staan in de zorg die je nog niet eerder had meegemaakt. In het begin was er gewoonweg veel onduidelijkheid over het virus. Wanneer ben je besmettelijk, ben je in contact geweest met collega’s of cliënten die wel ziek zijn? Moeten we nou wel of geen mondkapjes dragen? Het laatste wat ik wilde was door mijn toedoen kwetsbare ouderen risico laten lopen. Daar ondervond ik wel stress van. Gelukkig kon ik mijn hart luchten bij collega’s en mijn relatiemanager.’

Zelf heeft ze geen corona gehad. ‘Ik ben de dans ontsprongen’, vertelt Nathalie met enige opluchting. ‘Ik ben zelfs niet één keer getest, geen ‘stokkie’ in de neus voor mij. Best bizar, want ik hoorde genoeg verhalen en steunde veel collega’s die er wel mee te maken hadden. Fysiek heb ik dus niks gevoeld, alleen op werkgebied zeker wel. Vanaf januari was er minder werk omdat de reguliere zorg stagneerde en er daardoor minder werk was binnen de teams. In april werden er 12 diensten bij me weggehaald. Gelukkig ben ik inmiddels alweer tot oktober onder de pannen.’ 

Lees verder onder de foto.